Infectieziekten die overgedragen worden door de tijgermug

Dengue of knokkelkoorts

Dengue of knokkelkoorts wordt veroorzaakt door het denguevirus, waarvan vier serotypes (een soort varianten) bestaan (DENV 1, DENV 2, DENV 3, en DENV 4). De ziekte is wijdverspreid in tropische en subtropische regio’s (Zuid-Amerika, de Caraïben, Azië, Afrika en Australië). Het denguevirus wordt overgedragen door de gelekoortsmug (Aedes aegypti) en door de tijgermug (Aedes albopictus). Het aantal infecties neemt de laatste decennia wereldwijd snel toe, vooral in stedelijke gebieden, omdat de tijgermug goed aangepast is aan deze omgeving. Nu de tijgermug gevestigd is in het zuiden van Europa, komen ook daar steeds vaker kleine uitbraken van dengue voor (bv. in Frankrijk). In België worden enkel geïmporteerde gevallen gediagnosticeerd in reizigers terugkerend uit landen waar het virus circuleert.

Mensen kunnen ook geïnfecteerd worden door het krijgen van bloedtransfusies of via transplantaties. Een zwangere vrouw die besmet is met dengue kan de infectie ook doorgeven aan haar kind tijdens de zwangerschap of bevalling.

Wat zijn de ziekteverschijnselen en complicaties?

Ongeveer één op vier mensen die geïnfecteerd worden met het denguevirus, ontwikkelen klachten na een incubatietijd van 3 tot 14 dagen.  Bij de klassieke dengue kunnen symptomen optreden als plotse hoge koorts (tot 41°C), hoofdpijn (typisch achter de ogen), spier- en gewrichtspijn (vandaar de naam knokkelkoorts), huiduitslag, misselijkheid of braken. Ook hoesten en keelpijn kunnen voorkomen. Mensen die deze niet-ernstige vorm doormaken, herstellen na  enkele dagen tot een week. 

Een minderheid (<5%) van de geïnfecteerde mensen maakt een ernstige vorm van dengue door (voorheen hemorragische dengue genoemd). Zonder aangepaste behandeling kan deze ernstige vorm levensbedreigend zijn. 

Een infectie met één serotype leidt tot immuniteit tegen dat specifiek serotype, maar niet tegen de andere serotypes. Mensen kunnen dus met verschillende serotypes van dengue worden geïnfecteerd en telkens opnieuw ziek worden. Men spreekt van primaire dengue wanneer iemand voor de eerste keer met een denguevirus wordt besmet en van secundaire dengue wanneer iemand opnieuw geïnfecteerd wordt met een ander serotype. Het risico om een ernstige vorm van dengue te ontwikkelen lijkt groter te zijn bij secundaire dengue dan bij primaire dengue.

Hoe wordt de diagnose van dengue gesteld?

Als de arts een vermoeden van dengue heeft, kan de diagnose gesteld worden met een bloedname. Afhankelijk van de fase van de ziekte kunnen verschillende testen gebruikt worden, zoals een PCR-test, een antigeentest en serologie

Hoe wordt de ziekte behandeld en voorkomen?

Er is geen specifieke behandeling voor dengue. De behandeling is symptomatisch met pijnstillers en rehydratie bij koorts. Aspirine en ontstekingsremmers moeten vermeden worden aangezien deze het risico op een bloeding verhogen. Bij een ernstige vorm van dengue moet dringend medische hulp gezocht worden. 

Preventie gebeurt door het voorkomen van muggenbeten. Er is geen vaccin beschikbaar voor reizigers.